17 januari 2011
Zoals u weet is het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) actueel. Deze aandacht is terecht. Er wordt immers veel geld aan besteed. Het rijk en de gemeente doen hun best om de achterstanden op een zo vroeg mogelijke en structureel goede wijze te minimaliseren. Voor de PvdA fractie is het OAB een van de belangrijke punten, het heeft prioriteit en vraagt voortdurend om aandacht. Niet vanuit scoringsdrift maar vanuit een daadwerkelijke betrokkenheid met het onderwijs.
Wij hebben de afgelopen jaren met onze (inmiddels overleden) wethouder Lemmen veel geïnvesteerd in het achterstandsbeleid en natuurlijk ook in de besteding van de gelden die hiervoor bestemd zijn. Voor Paul Lemmen, en daarmee natuurlijk voor de PvdA, was het absolute prioriteit waarvoor hij de nodige veranderingen heeft door laten voeren. U ziet het terug in het Lokaal Onderwijskansenplan 2006-2010.
Op 10 december 2010 kwam er een brandbrief van de wethouder onderwijs. Een deel van de financiële middelen (500.000 euro) voor de OAB in 2010 was niet besteed. Hiermee liepen wij het risico dat deze gelden door het rijk teruggevorderd zouden worden.
Gezien de prioriteit van het dossier heeft de PvdA fractie direct contact opgenomen met de wethouder om duidelijk te krijgen hoe dit heeft kunnen plaatsvinden. Informeel, maar constructief; in tegenstelling tot D66, die officiële vragen stelde. Wij hebben onze zorgen geuit en de wethouder verzocht om alert te zijn op het op een juiste wijze inzetten van de financiële middelen.
De wethouder heeft aangegeven dat zij haar best zou doen om alsnog een bestemming te vinden voor het resterende bedrag en ons op de hoogte zou houden. Daarnaast heeft ze aangegeven dat ze de raad zou informeren over de besteding van OAB gelden in de afgelopen jaren. Inmiddels heeft zij de nodige informatie verstrekt en wij weten ook helaas dat er voor het resterende bedrag geen bestemming is gevonden, dat aan de criteria voldeed.
Er is in de afgelopen jaren 1,3 miljoen overheidsgeld en 480.000 euro gemeentelijke middelen besteed voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Daarnaast is er 2,5 miljoen euro besteed aan onderwijshuisvesting. Dit betekent dat de over grote deel van het budget wel besteed is. Graag had de PvdA fractie gezien dat het volledige bedrag was uitbesteed, maar het is niet anders. De lering die wij hieruit trekken is dat wij zowel als college als raad alert moeten zijn op de ontwikkelingen om te voorkomen dat dit nogmaals gebeurt. Het is van essentieel belang dat er met schoolbesturen en SKS vaker contact moet zijn om de financiële middelen optimaal te kunnen benutten. Het voornemen van wethouder van Berkel is inderdaad om hieraan te werken. De PvdA fractie deelt haar voornemen.
Dat coalitiegenoot D66 ervoor koos om vragen te stellen verbaasde ons wel een beetje , maar er is natuurlijk niks mis mee. Elk fractie heeft het recht om vragen te stellen. Echter het populair benaderen van het probleem is deze partij onwaardig. Beweren dat er miljoenen niet besteed zijn en daaraan ook nog eens de onderwijshuisvesting aan koppelen, maakt al duidelijk dat zij niet op de hoogte zijn van de huisvestingsproblematiek van het griftland college in 2009. Overigens had dat ook nog eens niks met OAB te maken, waarmee de genoemde miljoenen ook niet overeen kwam ( De beantwoording van het college op de vragen laat dit duidelijk zien!).
Hieraan ook nog de tekst koppelen dat het te merken was dat D66 afgelopen periode niet in de raad vertegenwoordigd was, is natuurlijk een bevestiging van de beeldvorming. D66 wil meedoen ten koste van alles.
De PvdA fractie probeert mee te denken en constructief bij te dragen, zodat er goed vorm gegeven kan worden aan dit belangrijk dossier.
Osman Suna
Fractievoorzitter PvdA





De gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij, maar liggen nog vers in het geheugen. Er heeft een grote verandering plaatsgevonden in de gemeente Soest. De komende vier jaren voert een totaal ander college het beleid. De PvdA fractie is in de oppositie beland. Een nieuwe rol waar wij zeker aan moeten wennen, maar dit betekent niet dat wij het rustiger aan zullen gaan doen. Voor mij als fractievoorzitter is het ook een nieuwe, uitdagende rol om vanuit de oppositie de koers van het college te controleren en waar nodig bij te stellen. Met de huidige fractie gaan wij er extra hard tegenaan om vanuit de oppositie de belangen te verdedigen voor mensen die ook mee willen doen in de samenleving, maar die dit niet kunnen om wat voor redenen dan ook. Voor de jongeren die snakken naar een woning in hun eigen dorp, voor ouderen die op hun oude dag nog een fatsoenlijk leven willen leiden en voor de middenklasse die steeds maar weer de dupe wordt van alle regelgeving.